'Het gaat om ontroering, beleving en geraakt worden. Het geloof is geen verklaringsmodel.'

- Werner Pieterse
Mijn boekenAgenda

70 woorden op basis van schatten uit Bijbel en christelijke tradities verschijnen onregelmatig, maar altijd op de tweede dag van de week. Maandag, begin van de werkweek.

Binnenzittend, thuisblijvend, schermstarend. Na al die dagen zonder boekwinkels, kroegen, musea, concerten, kerken en koren, heb ik echt geen zin om te vasten. Niet nóg minder nu al zo weinig kan.
Ik ben maar gaan lezen. Eerst zachtjes, nadenkend. Toen dacht ik: ik doe het hardop. Marcus’ verhaal over Jezus. Tien afleveringen. Tot het Pasen is. Gewoon om te luisteren. Oude woorden vol belofte. Voor wie binnen zit in stilte.

Wat er nodig is: geloof (niet heel doordacht, maar naïef – in de zin van iets geboren laten worden) trouw (al die jaren al vriend zijn en blijven) lef (het dan ook doen) en vier paar sterke handen om te dragen het dak te slopen – en dan
rust om traag voorzichtig los te laten. Zoals je een geliefde het graf in laat zakken.

Wat het christendom ook geworden is in handen van eenzame woestijnvaders, in goud gehulde metropolieten en stijve preekheren; in de ogen van enthousiaste massa’s die halleluja roepend sporthallen vullen; of de laatste restjes aarzelende gelovigen in eeuwenoude kathedralen.
Dit zijn de verhalen waar het mee begint: een Joodse man trekt rond,  herinnert mensen aan de belofte van zijn God, drijft bange geesten uit en bevrijdt hen uit de gekmakende verwarring.
Marcus 5:1-20

Debatdagen: standpunten, klemzetten, ontkennen en omheenkletsen.
Doe. Normaal. Kies. Mij.
In een stuk van Martin Buber, de grote denker, kwam ik zijn commentaar op een dichtregel van Hölderlin (vrij vertaald: ‘Sinds wij een gesprek zijn…’), tegen.
We hebben geen gesprek; we zijn het, schrijft Buber. Het gesprek is ons gegeven begin.
Wat heeft ons dan toch tot zulke schreeuwers, boze twitteraars,
drammerige gelijkhebbers gemaakt?
Ten koste van wie of wat?
Martin Buber: Seit ein Gespräch wir sind (degruyter.com) (Duits) (Marcus 7:1-20)

Podcast

In deze veertigdagentijd lees ik het oudste, meest sobere verhaal over Jezus voor. In tien afleveringen lees ik ter inspiratie het Marcusevangelie. Om bij te verstillen of gewoon te beluisteren.

Laatste berichten

Podcast Uit het Hart van Amstelveen

Podcast Uit het Hart van Amstelveen

Werner Pieterse in podcast Uit het Hart van Amstelveen Het jaar 2020 stond in het teken van het coronavirus. En ook begin 2021 zijn we nog niet van het virus af. Ons leven is de afgelopen maanden behoorlijk veranderd. Achter de deuren van veel Amstelveners schuilen...

Lees meer
Verhalen van Jezus onderweg

Verhalen van Jezus onderweg

Drie filmpjes voor kinderen van de basisschool met een Bijbelverhaal voor de tijd tot Pasen. Drie bekende Bijbelse gelijkenissen die vragen van alledag aan de orde stellen. Ik vertel de verhalen zo getrouw mogelijk na, zonder moraal of interpretatie. Elk verhaal...

Lees meer
Gebeden voor lichte en donkere dagen

Gebeden voor lichte en donkere dagen

Waar mensen zijn, wordt gebeden. In tempels, synagoges, kerken, moskeeën. Alleen, samen, thuis, onderweg. In donkere en lichte dagen, bij vreugde en verdriet, aan graven en bij geboortes. Biddend verbinden wij ons met de Ander die zich van den beginne af aan als een...

Lees meer

Tijdens AmstelveenSpreekt ben ik als stadsdominee de vaste columnist of spreker.

AmstelveenSpreekt: iedere maand een event van en voor Amstelveners op zoek naar verdieping, ontmoeting, zingeving en inspiratie. In coronatijd regelmatig uitzendingen te vinden op AmstelveenSpreekt.nl

Hoe overleef ik mijn familie deze Kerst

Hoe overleef ik mijn familie deze Kerst

Morgen zullen we het horen. Kon je voorgaande jaren nog wel eens in de kranten lezen: hoe overleef ik mijn familie in de dagen van kerst, hoe houden we het gezellig aan tafel - gevolgd door tips om uit het bekende dilemma 'zijn ouders, haar ouders' te blijven - nu zal...

Lees meer
Ooit was Corona vooral een biermerk

Ooit was Corona vooral een biermerk

Ooit was Corona vooral een biermerk met een schijfje citroen als bekroning. Of een poëtisch woord voor de stralenkrans om de zon, de halo boven de heilige. Maar nu? Een traag zwevend bolletje dat het met zijn zeemonstertentakeltjes op onze cellen heeft gemunt. Traag...

Lees meer
De weg naar het onbekende

De weg naar het onbekende

Misschien is het mooiste boek dat ik mijn kinderen voorlas toch 'Wij gaan op Berenjacht'. Inmiddels is het een klassieker: drie kinderen die met de vader, (maar het had ook een moeder kunnen zijn natuurlijk), vol goede moed op berenjacht gaan. Maar de tocht is zwaar...

Lees meer
Soms verlang ik zo naar een profeet

Soms verlang ik zo naar een profeet

Er zijn van die dagen dat ik zo verlang naar een profeet. Een echte. Een die met oudtestamentische kracht zegt waar het op staat! Geen toekomstvoorspeller, geen dromer die wegzweeft naar het ooit, daar en straks. Nee, een echte. Een die ons voor of tegen, ons zwart of...

Lees meer
Alleen samen

Alleen samen

Ik weet niet of het u opgevallen is, maar langzaamaan werd de coronataal steeds poëtischer. Het begon wat hakkelend, Intelligente lockdown is niet echt dichterlijk. Ritmisch zwak, lelijk woord ook lockdown... maar dat wij samen ineens intelligent werd bevonden, maakte...

Lees meer
Twee bergen

Twee bergen

Twee bergen twee verhalen. Voor Emmanuel Levinas (1906-1995) , de grote Joodse denker die de hele Europese eeuw en de grootste crisis heeft meegemaakt, delen we op ons continent hoe verschillend we ook zijn in ieder geval twee grote verhalen: De Griekse mythe en het...

Lees meer

Waar ik je zoek

Werner Pieterse

Alles begint in een tuin. Twee mensen en God – waar ben je? Op harde grond roept God zijn mensen om op weg te gaan. Met de groep zwervers trekt hij de woestijn door, op zoek naar nieuw land. Daar bevechten warlords en koningen hun vijanden, en elkaar, bouwen paleizen en tempels. God blijft zoeken, roepen. Een moeder, een kind, nieuw begin. Steeds weer.

Dit zijn de verhalen die diep in ons geworteld zijn – overal keren ze terug: in de kunst, in film, in poëzie. In ‘Waar ik je zoek’ vertelt Werner Pieterse het grote verhaal van God en mens opnieuw; twaalf verhalen woord voor woord, om langzaam te lezen, met beelden voor wie de woorden wil zien.

Leesfragment
In het begin schept God de hemel en de aarde. De aarde nu is woest en leeg; duisternis ligt over de afgrond en de geest van God zweeft over de wateren. God zegt: ‘Daar zij licht!’ en er is licht. God ziet het licht: het is goed. God maakt scheiding tussen het licht en de duisternis. God noemt het licht ‘dag’, en de duisternis noemt hij ‘nacht’. Dan is het avond geweest en het is morgen geweest: de eerste dag.

God zegt: ‘Laat er een uitspansel zijn.’ En God maakt een uitspansel dat water van water scheidt en noemt het uitspansel: ‘hemel.’ Avond, ochtend; dag twee. God zegt: ‘Laat het water zich verzamelen op één plek en laat het droge zich zien.’ God noemt het droge: ‘land’ en het verzamelde water: ‘zee’. God ziet dat het goed is. God zegt: ‘Het land geeft jong groen; vruchten, zaden op het land.’ En zo is het. God ziet dat het goed is. Avond, ochtend; dag drie. God zegt: ‘Laat zon, maan en sterren heersen over dag en nacht, om dagen, nachten, jaren te kennen.’ God ziet dat het goed is. Avond, ochtend; dag vier. God schept de zeemonsters, ‘Leviatan’, ‘Behomot’, en God maakt in het water, op de aarde en in de hemel vruchtbaar leven: zwemmend, kruipend, vliegend. God ziet dat het goed is. Avond, ochtend; dag vijf. God maakt de dieren op het land: vee, kruipend, wild, ieder naar zijn aard. God ziet dat het goed is. 

God zegt: ‘Laten we een mens maken, naar ons beeld, naar onze gelijkenis; dat zij heersen over de vissen van de zee; de vogels in de hemel; over het vee; over heel de aarde; over al het kruipend gedierte dat over de aarde kruipt.’ En God schept de mens naar zijn beeld; naar het beeld van God schept hij hem; man en vrouw schept hij hen. God zegent ze, en God zegt tot hen: ‘Wees vruchtbaar, en vermenigvuldig je; vervul de aarde en onderwerp haar, heers over de vissen van de zee; de vogels in de hemel; over het vee, over heel de aarde en over al het kruipend gedierte dat over de aarde kruipt.’

En God ziet alles wat hij gemaakt heeft. Zie: goed, meer dan goed is het. Avond, ochtend; dag zes. Dan voltooit God op dag zeven het werk dat hij heeft geschapen. God rust op dag zeven. God zegent en heiligt die dag. Sjabbat.

 

thuis
In zeven dagen wordt deze plaats gemaakt, je thuis ingericht. Als een jonge ouder in de eerste dagen van lang gehoopte zwangerschap richt God de kinderkamer in. In de donkere, nog lege kamer knipt hij het licht aan. De eerste stem over je leven echoot door de leegte, nog voor je er bent. ‘Licht!’ Hier, op deze plek zul jij veilig zijn. Onder dit dak, het tentdoek in de woestijn, het baldakijn boven je liefdesbed, het hemeltje boven je wieg. Het nachtlampje in de hoek, de sterren op het plafond. Jij hoeft niet bang te zijn in de nacht. ‘Overdag zal de zon me niet steken; de maan niet ’s nachts.’ Het mooiste behang, de knuffels: olifant, giraffe. Iedere ochtend brengt meer tijd en plaats voor jou, nieuw mens. Als een vrouw, een meisje nog, telt God de dagen van zwangerschap. Ik zal de monsters voor je temmen met de verhalen die ik vertel (Be-ho-moth! en je zult kraaien van plezier). Wie zul je zijn, wat zul je doen met al het goede dat voor jou klaarstaat? Met wie zul je spelen in de tuin die op je wacht?

Op dag zes ‘maakt God de dieren op het land, ieder naar zijn aard’, maar ‘de mens schept hij naar zijn beeld. Man en vrouw.’ Vanaf den beginne lijken we op elkaar. God en mens. Hoog intelligent dier?, erfelijk belast brein met voeten?, ‘broodkruimel op de rok van het universum’? Woorden die ver liggen van dit begin. Spreek goddelijk over de mens! Jíj enige, unieke bent het beeld. Spreek menselijk over God: weg met de godenbeelden, weg met het ideaal of geloof dat jou zal stukmaken. In de verhalen die volgen wordt Gods afkeer van dode beelden alleen maar groter. Niet alleen omdat God jaloers is als een geliefde, ‘ben ik te min?’ maar ook omdat hij ziet hoe beelden zijn geliefde schepsel kleineren, de vrijheid, de ruimte benemen om anders, eigen, uniek te zijn. Beelden laten je uiteindelijk altijd worden tot wie je niet bent. Dat later – nu staan we nog in de kraamkamer. ‘The mystery is among us.’ Een nieuw mens, uniek beeld van God in je armen. In jou ligt de schepping besloten. Hoe zouden we dat in één beeld kunnen vangen? Het kleinste, intiemste is het grootste. Het begin is even hoopvol als verontrustend. Want wat ligt er als beeld van God niet in onze macht? 

 

Het ‘begin van de wereld’ van Constantin Brancusi heeft als bijnaam het ei. Wie de voorstudies heeft gezien, ziet een kindergezicht, een kind in de baarmoeder. Beide eigenlijk. Het brons krijgt daarmee iets zachts, teders. De ontroering van het meest kwetsbare geboortemoment. Je zou het begin van de wereld op willen pakken en in je hand wegen, wiegen. De Roemeen Brancusi, oorlogskind, zwerft al vanaf vroege leeftijd. Via Craiova naar Parijs. Daar werkt hij met de grootste kunstenaars. In zijn werk zoekt hij naar de perfecte vorm, die ‘reikt naar oneindigheid’ schrijven commentaren. Zijn beroemdste werk staat in zijn geboorteplaats; Tirgu Jiu. 

[gedicht lezen: Herman de Coninck – Genesis]

Wat blijft

Werner Pieterse

Het landschap van het christelijk erfgoed ligt er desolaat bij. Dogma’s en godsbeelden zijn gesloopt, Kerken staan leeg. Wat blijft er over van de woorden en verhalen die zoveel generaties hebben geïnspireerd?
Wat zeggen ze nog nu het christendom op sterven na dood is?
Spreken ze voor alleen nog in veilige vrome enclaves
Zijn de verhalen nog tot leven te wekken?
Of is het te laat zelf voor een requiem?
In Wat blijft. God na de kaalslag creëert Werner Pieterse een hedendaagse context voor de christelijke belijdenis. Hij leest de twaalf artikelen van de geloofsbelijdenis als regels van een gedicht en legt er zijn eigen lees- en levensweg naast. Ook gebruikt hij het werk van filosofen, poëzie, films en onrtmoetingen op het Afrikaanse continent in zijn verhaal. De geloofsbelijdenis die de eeuwen door zoveel generaties troostten en inspireerden krijgt zo opnieuw betekenis.

Bekijk het leesfragment

70-woorden van inspiratie regelmatig in je mailbox ontvangen?

Meld je aan.

Ja, Stuur mij inspiratie

* indicates required

Vanaf 2016 noem ik het werk als dominee buiten de muren van de kerk in navolging van collega’s in andere steden stadsdominee. Als stadsdominee is het mijn roeping om Bijbelverhalen en Christelijke tradities op onverwachte plekken en nieuwe manieren ten gehore te brengen en zo te verbinden met het leven van alle dag. Dat is ook het uitgangspunt van de boeken die ik schrijf. 

Sinds de eerste advent 2012 ben ik als predikant verbonden aan de Paaskerk Amstelveen. Als gemeentepredikant doe ik wat een predikant al sinds de reformatie doet: preken en voorgaan op zondagochtend en de grote feestdagen; met kinderen en volwassen Bijbelverhalen en Christelijke tradities onderzoeken; mensen begeleiden in persoonlijke geloofsvragen, vaak op bijzondere momenten in het leven; voorgaan in afscheidsdiensten.

Voordat ik in Amstelveen kwam wonen werkte ik van 2007 tot 2013 als dominee in het Zeeuwse Heinkenszand en van 1997 tot 2002 in Muiderberg; ‘de Kerk aan Zee’. De jaren daartussen gaf ik theologie aan het Presbyterian Theological Seminary in Kumba, Kameroen.

Ik ben getrouwd met Mariette. Samen hebben we vier jongens gekregen. Nu tussen de 9 en 20 jaar oud. Ik studeerde in Utrecht en Amsterdam, woonde een tijdje in Sofia en  groeide op in Middelburg. Ik ben geboren in 1970. Op 2 juni.