Misschien is het mooiste boek dat ik mijn kinderen voorlas toch ‘Wij gaan op Berenjacht’. Inmiddels is het een klassieker: drie kinderen die met de vader, (maar het had ook een moeder kunnen zijn natuurlijk), vol goede moed op berenjacht gaan. Maar de tocht is zwaar want: O jee! zwiepend gras, een diepe koude rivier, dikke slikkerige modder, een donker woud, een zwiepende sneeuwstorm!!! En telkens klnkt het refrein, u kent het vast:
We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor, O nee!, we moeten er dwars doorheen…

In het prentenboek echoot het oeroude verhaal: De weg naar het onbekende, nieuwe land is een tocht dwars door de woestijn. In het oude verhaal is de woestijn geen zo snel mogelijk door te trekken land waarna alles snel vergeten en weer beter wordt. Het is de plek om te leren leven in de doodse lege tijd. Te leren leven met de ander, elkaar en jezelf – te leren vertrouwen vooral dat er een ander zal zijn. De weg is lang.
We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor, O nee!, we moeten er dwars doorheen…

Is dat dan wat de coaches ons leren? Wat ze jou vertelden, Nowelle – ‘dwars door het donker’ – naar het geluk. Zo snel mogelijk de barrieres slechten, de passages over slaan. Een paar maanden – burnout en je bent er weer – is dat het nieuwe land? Of moeten we leren houden van de woestijn – van het zwiepende gras, de zuigende modder, de koude rivieren en het donkere woud?

We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor, O nee!, we moeten er dwars doorheen…

Laten we gaan, al lerend in de woestijn zullen we ontdekken dat de meeste beren niet zo eng zijn als we dachten, ook al laten ze zich niet vangen.

 

voorgedragen op 19 oktober 2020 – webinar AmstelveenSpreekt