Soms verlang ik naar de goede oude tijd – de dagen dat de cynicus nog een echte nar was. Een vrijpostige charlatan, een provocateur van onze zekerheid. Een profeet die onze vroomheid uitscheldt, een filosoof die ons denken bespot, een politicus die de macht negeert; een kunstenaar die een pisbak tentoonstelt. De grote gatenschieter in onze vaste overtuigingen.
Want waar is toch het carnaval van het denken gebleven? De vrijpostigheid van het gebaar; de provocatie van ons brave burgerdom?
Waar blijft de scherpe lach tegen het pietepeuterige moralisme van ons gescheiden-afval-inzamelen en ons geloof in CO2-gecompenseerde -tankstations en de dromen van elektrisch naar Ibiza vliegen als oplossing tegen de klimaatverwoesting?
Ach, wij zijn Titaantjes geworden hier in de groene marge van Amsterdam! Jongens, maar aardige jongens zijn we! Maar dan zonder ironie van Nescio. Want: de meesten mensen deugen! Samen met Rutger strijken we alle plooien glad. Pessimisme is nu onze grootste zonde – het cynisme heeft een grijs pak aangetrokken en kijkt zuur.
Maar wat kan ons dan nog provoceren..? Wat roept ons nog wakker – wij die alles al hebben gezien, bedacht, gekocht, geprobeerd, gedaan – wie haalt ons uit de slaap –
Vanwaar zal onze hulp komen? Onze hoop, ons nieuw begin?
U begrijpt, werkelijke vragen zijn zelden nieuw.
Van waar zal onze hulp komen – nu we de profeten, narren en provocateurs getemd hebben en al onze dromen zelf moeten bedenken?
Wat is er nog te hopen – in dagen dat we alles, echt alles zelf tot stand moeten brengen?
Ben ik al de grijze cynicus?

Laat dit een pleidooi zijn voor de nar – een lofzang op de ware cynicus;
die vreemde ander die ons verrast, uitdaagt en ergert;
die ons uitlacht als we onszelf te serieus nemen;
die onze zekerheid trotseert; ons simplistisch optimisme ontmaskert;
ons kaartenhuis omverblaast;

Met die ander begint de hoop. Niet ergens in je innerlijk, of je diepste verlichte zelf, niet in je dadendrang of moralisme – nooit met IK –
maar met haar of hem die je zwaarte doorbreekt met een lach, een vloek, een woord van geloof, een schreeuw, een gedicht, een oud verhaal, dat door de kieren je dichte huis binnensijpelt.

Verwelkom de profeet, de nar, de priester, de vreemdeling.
God weet wie –
God weet hoe
iets nieuws begint.

Deze column is uitgesproken tijdens het event van iMove in de serie van AmstelveenSpreekt op 28 oktober 2019.