Ooit was Corona vooral een biermerk met een schijfje citroen als bekroning. Of een poëtisch woord voor de stralenkrans om de zon, de halo boven de heilige.
Maar nu? Een traag zwevend bolletje dat het met zijn zeemonstertentakeltjes op onze cellen heeft gemunt. Traag en dreigend zweeft het anti-stressballetje over onze televisie-journaal-landschappen, over het wereldwijde spinnenweb vol feiten, complottheorieen en fake-news. Corona – niemand heeft het ooit gezien, maar het is als oude goden alomaanwezig ansend op de noodlottige aerosolen – vindt het zijn ongekende gang – door hemelse sferen en dwingt stille straten en rust af.

Voor kenners wás de corona altijd al een rustpunt. Een soort pauze-teken in de partituur van de Italiaanse opera. De fermate of corona in het Italiaans is al eeuwen het zonnetje boven de notenbalk. Het teken dat de laatste noot laat uitklinken om op adem te komen, stil te zetten tot de muziek weer verdergaat.
De corona als pauzeteken, zoals ooit de rabbi’s in de Hebreeuwse bijbel hun pauzetekens in de tekst hebben gezet. Het eerste al heel snel: na de eerste dag van de schepping. Rust is immers nodig wisten zij om het goede begin van de wereld te zien – Stilte van de witregels in het gedicht om de woorden echt te laten klinken. De corona, fermate, pauzeteken, witregel.

Zullen we corona niet alleen het angstbolletje laten zijn dat ons leven verziekt, maar ook het pauzeteken dat ons jakkerende bestaan tot bezinning roept? Want dat balletje blijft nog wel even stuiteren – en wie weet waarheen hij gaat?
Zullen we in de Corona- dagen de fermate laten klinken, de witregels van de tijd zoeken – en dan verstillen, bezinnen – nu advent en kerst – feest van nieuw begin en licht – dichterbij komen… en laten we dan in die stilte elkaar vasthouden –
Zelden was het zo nodig als nu.

 

voorgedragen op 16 november 2020 – webinar AmstelveenSpreekt