Ooit, was de aarde op het nippertje aan de ondergang ontsnapt. De zondvloed had alles overstroomd, zo vertelt het oude verhaal van Genesis. Alleen Noach en zijn ark, hadden het gered.

En toen het water was gezakt en Noach naar buiten kroop, de modder in – toen sprak de Allerhoogste: ‘Ik geef je een teken – kijk – mijn boog in de wolken’. Het is mijn teken van hoop – voor jou en voor mij – als ik hem zie en als jij hem ziet weet dan dat de aarde nooit meer helemaal ten onder zal gaan – want daar zijn de mensen nu eenmaal altijd bang voor. En daar was de boog. Omdat hij voor iedereen en heel de wereld was had hij alle kleuren van de regenboog, zoals hij ook heette. O prachtig zei Noach en hij bedankte God.

What a minute zei de kunstenaar – dat is te veel, te mooi, te zoet, een happy end – het leven is geen Disneyfilm, geen reli-kitsch- musical, zuurstok-roze frozen verhaal. Nee dank u wel, mag het schuren, storen, lelijk zijn? Mijn God, jij hebt echt geen verstand van kunst? Bovendien niemand gelooft nog in je dus waar bemoei je je mee? Kijk om je heen! En hij begon te kleien met de modder van de aarde die daar nog lag uit de dagen van de oervloed. Dagen en nachten kleide hij en toen was hij af. De boog. Op uitnodiging van de stad, die toch nog geld overhad, zette hij zijn boog bij het water dat door een ingenieus ontworpen systeem geheel gecontroleerd met straaltjes uit de stenen kwam – nooit te hard, nooit te hoog maar steeds toch een beetje onverwacht.

Als het onweerde waren er nu twee bogen in de stad. Een aan de hemel en een op de aarde. En de mensen in de stad verdeelden zich bij zo’n bui in twee helften – en de ene helft zei: kijk daar de kleuren en de andere helft kijk daar het zwart! En nooit werden ze het eens. En de Baas van de Stad stond om een of andere reden altijd in het midden. Hij keek naar de hemel – keek naar de aarde en wist nooit wat hij kiezen moest. Hij vond dat een heel een lastige plek.
Toen zag hij een meisje spelen in de straaltjes water die hij ooit als fontein had bedacht. Hij liep onder de boog door naar het meisje en vroeg:
‘Hé meisje, mag ik je iets vertellen?
Natuurlijk, zei het meisje want jij bent de Baas van de Stad en die mag altijd alles vertellen.

En toen vertelde de Baas van de Stad het verhaal van de boog vol kleuren in de hemel en de zwarte boog op de aarde en toen hij klaar was zei hij:
‘Mag ik je nu een vraag stellen…’
‘Natuurlijk zei het meisje – want jij bent de Baas van de Stad en die mag altijd alle vragen stellen,
‘Goed, zei de Baas van de Stad: welke zou jij kiezen?
Toen was het meisje stil dacht heel diep na en zei:
Wat een rare vraag.

Wie heeft er nu genoeg aan één van die twee bogen?

Uitgesproken op 18 november 2019 aan het einde van een event van AmstelveenSpreekt, georganiseerd door BV Amstelveen.