Op 28 juni 2018 plaatste de Volkskrant mijn opiniestuk over We Are Here

We Are Here leert ons waar we bang voor zijn

Vluchtelingengroep We Are Here doet een appel op ons vermogen om buiten eigen grenzen te kijken, betoogt Werner Pieterse.

Op een paar meter van mijn huis staat een banpaal. Een naald op een sokkel. Opgericht in 1623 om een grens te stellen. Criminelen moesten op veilige afstand van de gegoede burgerij in de hoofdstad blijven en werden dus veroordeeld tot ballingschap in het veen aan de Amstel. In de van muggen vergeven moerassen was plek genoeg voor hen van wie de stad af wilde.

Nu van het moeras niets meer rest dan wat heemparken is de banpaal een leuk monument uit een voorbije tijd. In de lommerrijke buurten rondom de paal wonen de gelukkigste bewoners van het land, zo leren ons door bestuurders met trots aangehaalde onderzoeken. Hier heerst de rust, orde en regelmaat die in de stad soms zo ver weg zijn. Wij hebben hier niets te klagen, behalve misschien wat vliegtuiglawaai op zonnige dagen en een tekort aan stekkerpalen voor onze auto’s. En natuurlijk de regels: te veel voor onszelf en te weinig voor anderen.

Groot was de schok toen meer dan vijftig mensen de banpaal passeerden en in een jarenlang leegstaand kantoorpand neerstreken. ‘Dit willen we niet! Blijf daar!’, riep het gemeentebestuur onmiddellijk stampvoetend, maar het was al te laat, want ze waren er al. ‘We are here’, riepen ze – maar dat was wel duidelijk.

Wat volgde was te voorspellen. ‘Gevaar! De openbare orde!’, riep het gemeentebestuur. De eigenaar van het gebouw deed aangifte, sociale media vulden zich met het gebruikelijke gekrakeel, de stad Amstelveen bleek plots een dorp waar oude refreinen klonken: ‘Onze kinderen hebben toch ook geen huis’ en ‘Waarom kunnen ze niet terug?’. Wie ging kijken zag vrijwilligers en buurtbewoners die luisterden en voedsel brachten.

We are here, de tekst blijft briljant in haar eenvoud. Ze is veel krachtiger dan ieder spandoek. Omdat ze niet iets vraagt, eist of wil, maar een onomstotelijk feit verwoordt. Ik ben er – en ik zal er zijn. Ieder die dat ontkent, leeft in een droom. Ons maakbare leven achter de banpalen is zo gericht op perfectionering dat we zijn vergeten dat er ook nog een ander leven is. Een keerzijde die zich aandient zonder te zijn uitgenodigd. Zoals deze mensen die niet in het systeem passen, die minder geluk in het leven hebben, die in een God geloven die we niet kennen, die wanhopig genoeg zijn om een zee over te steken, hoe onverantwoord en idioot dat ook moge zijn. We kunnen er van alles van vinden, maar die mensen zijn er en zullen er altijd zijn.

Ze doen een appel op ons vermogen om buiten de grenzen van ons dorp te kijken. Om onder ogen te zien wat we niet willen zien, wat we niet begrijpen, wat ons bang maakt. Want angst is het. De keerzijde van al onze zekerheid en welvaart zo present, zo dichtbij in ons groene gelukkige dorp, maakt ons bang. Zo bang dat we de hekken sluiten en de banpalen in ere herstellen. Dit willen we niet. ‘Weg jullie, weg!’, roepen we, het gemeentebestuur voorop met efficiënte en snelle procedures in de hand, want netjes zijn we wel. En zo zijn ze weer vertrokken, het dorp uit, op weg naar een volgende plek. Wij vervolgen ons leven achter de banpaal, steeds banger gelovend in ons ideaal: een veilig, aangeharkt dorp vol brave burgers.

Werner Pieterse is stadsdominee van Amstelveen en auteur van Waar ik je zoek; verhalen van zwervers, koningen, moeder en kind.

Ga naar de Volkskrant voor de originele versie van dit artikel.
Foto ANP